Vijftien jongeren met een arbeidsbeperking worden in de Langstraat opgeleid tot zorgassistent in het basisonderwijs. Dit gebeurt in een speciaal project van Stichting Gezel voor de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk. De vijftien combineren twee jaar lang werken en leren. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de jongeren werk vinden in het basisonderwijs, de kinderopvang of in een andere sector. De kandidaten van dit leerwerkproject vallen in de doelgroep van de Banenafspraak.

“We gaan uit van wat je kunt, van je talenten. Leren en werken gaat bij dit leerwerktraject hand in hand”, vertelt wethouder Hanne van Aart.

“We gaan uit van wat je kunt, van je talenten. Leren en werken gaat bij dit leerwerktraject hand in hand”, vertelt wethouder Hanne van Aart.

Tekst en uitleg
Onlangs werden ruim twintig jongeren en hun begeleiders door wethouder Hanne van Aart (gemeente Heusden) ontvangen bij Baanbrekers. Er werd tekst en uitleg gegeven over het bijzondere project. “We gaan uit van wat je kunt, van je talenten. Leren en werken gaat bij dit leerwerktraject hand in hand.” De rol van Baanbrekers bij dit project is faciliterend. Het komt neer op werving en preselectie van en voorlichting aan de jongeren. Verder coördineert Baanbrekers de samenwerking tussen verschillende maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij dit project van Stichting Gezel.

Eigen toekomst
Samen met Baanbrekers, Stichting Gezel, NCVB bedrijfsopleidingen en basisscholen in de drie Langstraatgemeenten gaan de jongeren aan de slag met het werken aan hun eigen toekomst. Na twee jaar hebben de jongeren een startkwalificatie als zorgassistent (mbo-2). Na het behalen van deze startkwalificatie en met de opgedane werkervaring kunnen zij zelfstandig en duurzaam hun weg op de arbeidsmarkt vinden.

"De vijftien kandidaten zijn ze dus meteen aan het werk op de scholen", legt Frans Hoebink van Stichting Gezel uit.

“De vijftien kandidaten zijn ze dus meteen aan het werk op de scholen”, legt Frans Hoebink van Stichting Gezel uit.

Goede match
Na de introductiebijeenkomst volgen binnenkort gesprekken met de jongeren en met de scholen in de regio om uiteindelijk tot een goede match te komen. Het streven is dat de vijftien kandidaten aan het begin van het nieuwe schooljaar aan de slag gaan. “Dan zijn ze dus meteen aan het werk op de scholen”, legt Frans Hoebink van Stichting Gezel uit. “Ze ondersteunen meteen in de klas de juffen en meesters in de meest brede zin van het woord. Tegelijkertijd volgen ze hun opleiding tot zorgassistent. Dit is een volwaardige mbo-opleiding die speciaal geschikt is gemaakt voor jongeren met een beperking.”

Handen uit de mouwen
Scholen zijn enthousiast. “Bij eerdere projecten in Den Haag en op Walcheren bleek al dat scholen het bijzonder op prijs stellen dat de jongeren hun handen uit de mouwen steken om de juffen en meesters werk uit handen te nemen. De jongeren kunnen zich op deze manier echt onmisbaar maken voor het onderwijs. De scholen dragen financieel ook bij aan dit project. De rest wordt betaald uit subsidiegelden en door de overheid.”

Scholen zijn enthousiast over het project. De aanwezige kandidaten en hun begeleiders ook.

Scholen zijn enthousiast over het project. De aanwezige kandidaten en hun begeleiders ook.

Vier criteria
Niet iedereen is geschikt om zorgassistent te worden. “We hanteren vier criteria. Zo moet je goed Nederlands kunnen spreken. Je gaat namelijk meteen in de klas aan de slag als ondersteuner van de juf of meester. Verder moet je zelf ook dingen willen leren. Natuurlijk moet je met kinderen willen en kunnen werken. En als laatste heb je een verklaring omtrent gedrag nodig. Voldoe je aan deze voorwaarden? Dan kun je bij ons aan de slag.”

Eigen carrière
Na afloop van het tweejarige traject is er geen baangarantie. “Bij onze projecten in Den Haag en op Walcheren blijkt echter dat alle kandidaten aan de slag zijn gegaan. Zowel binnen als buiten het basisonderwijs. Dit traject legt een goede basis voor de toekomst, welke kant van de arbeidsmarkt je ook opgaat. Het laatste halfjaar van het traject is gericht op de volgende stap: kijken naar wat de jongeren zelf willen in hun leven en op de arbeidsmarkt. Elke jongere kiest uiteindelijk zijn of haar eigen carrière.”